Leerstof
Taal in beeld staat voor kwaliteit. De taalmethode voldoet ruimschoots aan de kerndoelen voor het basisonderwijs. En aan de tussendoelen voor beginnende en gevorderde geletterdheid. Alles wat basisschoolleerlingen moeten leren, komt in Taal in beeld aan bod. Maar wel op een manier die kinderen aanspreekt. Met veel beeld, een frisse aanpak en aansprekende oefeningen. In elke groep werkt Taal in beeld aan:
Woordenschat
Taal in beeld besteedt veel aandacht aan woordenschat. Kinderen zijn nadrukkelijk bezig met het leren van doelwoorden en woordenschatstrategieën. Dat ziet u gegarandeerd terug in de resultaten
Doelwoorden in Taal in beeld:
• algemene dagelijkse woorden: supermarkt, herinneren, lijnbus
• schooltaalwoorden: aanwijzing, beschrijving, conclusie
• woorden om te reflecteren op taal: persoonsvorm, synoniem.
Woordenschatstrategieën
Kinderen hebben woordenschatstrategieën nodig om de betekenis van woorden te achterhalen en beter te onthouden. Taal in beeld leert kinderen die strategieën. Ze leren woordbetekenissen af te leiden (uit beeld, context en woordbouw), op te zoeken en na te vragen. Ze leren die woordbetekenissen te onthouden via woordschema’s. En ze passen nieuwe woorden toe in teksten, raadsels en presentaties.
Spreken / luisteren
Effectief spreken en luisteren. Taal in beeld leert kinderen de beste strategieën. De methode maakt onderscheid tussen spreken, luisteren en een gesprek voeren. In interactieve lessen oefenen kinderen de vaardigheden die ze nodig hebben.
Schrijven (stellen)
Schrijven is een proces. Taal in beeld leert kinderen de schrijfstrategieën die daarbij nodig zijn. Leerlingen gaan praktisch aan de slag met vaardigheden voor, tijdens en na het schrijven. Zo leert elk kind goede teksten schrijven.
Taalbeschouwing
Een taalmethode zonder taalbeschouwing? Dat kan natuurlijk niet. Taal in beeld werkt aan drie onderdelen:
• woordbouw: de functie, de opbouw en de betekenis van woorden
• zinsbouw: de functie, de opbouw en betekenis van zinnen
• taalgebruik: de opbouw van teksten en het gebruik van taal.
