Ria van Montfort en Francheska Bouts
Sinds het schooljaar 2009-2010 werkt basisschool Martinus in Vlodrop (Limburg) met Taal in beeld. De leerkrachten zijn enthousiast. IB’er Ria van Montfort, die tevens voor groep 8 staat, en haar collega uit groep 6, Francheska Bouts, vertellen over hun ervaringen.
Waarom hebben jullie gekozen voor Taal in beeld?
Francheska: “We hebben natuurlijk een aantal methoden bekeken. Taal in beeld paste heel goed bij ons als leerkrachten en bij onze manier van werken. De methode heeft een duidelijke structuur en daar hebben wij als school behoefte aan. Wij werken bij alle vakken volgens het directe instructiemodel.”
Ria: “De methode is ook veel meer dan alleen een boek. Er zit software bij en extra opdrachten, en dat maakt het werken ermee erg leuk.”
Hoe bevalt het werken met de methode?
Ria: “Heel goed, iedere les begint met de bespreking van het lesdoel en aan het eind van de les bekijk je samen met de leerlingen of dat doel gehaald is. Dat werkt prettig.”
Francheska: “Ik vind het handig dat iedere week er hetzelfde uitziet. Met lessen woordenschat, spreken en luisteren, taalbeschouwing en schrijven. Deze structuur geeft ook de leerlingen duidelijkheid, omdat ze weten op welke dag welke les aan bod komt.”
Wat vindt u van de teksten in het lesboek?
Ria: “De leerlingen in de bovenbouw weten nog hoe de vorige methode was en voor hen is Taal in beeld een verademing. Het materiaal spreekt aan en ziet er aantrekkelijk uit.”
Francheska: “Groep 6 vindt bijvoorbeeld het verhaal over ‘De bende van Bas’ heel erg leuk om te lezen. Dit verhaal komt in iedere woordenschatles terug en gaat over een groepje jongeren dat van alles meemaakt. Al vanaf les 1 zijn ze geboeid. De teksten zijn niet te lang en op een leuke manier geschreven.”
Is het werken met Taal in beeld makkelijk te organiseren in de klas?
Ria: “Ja, want ook elke les heeft een vaste structuur. Het werkschrift vind ik erg goed, omdat veel leerlingen er echt zelfstandig mee kunnen werken. Ze vinden er bijvoorbeeld uitleg over het doel van de les. Veel leerlingen kunnen hier al mee aan de slag zonder dat ik een klassikale uitleg hoef te geven. Ik heb daardoor meer tijd voor mijn leerlingen die extra instructie nodig hebben. Je kunt Taal in beeld goed inzetten als coöperatieve werkvorm. De leerlingen die zelfstandig kunnen werken, doen dit bij ons op school individueel, maar ook als duo of met zijn drieën of vieren. De ene keer mengen we de niveaus en de andere keer zetten we gelijke niveaus bij elkaar.”
Wat vindt u van de thema’s?
Francheska: “De thema’s van Taal in beeld zijn zeer gevarieerd. Er komt echt van alles aan bod in allerlei soorten teksten zoals verhalende teksten, weetteksten en meningteksten.”
Hoe bevalt het werken met de software?
Francheska: “De online leerkrachtassistent werkt erg goed. Die zet ik bij elke les in. Bij de start kijken we zo altijd gezamenlijk naar het doel van de les, daarna gaan de zelfstandige leerlingen aan de slag. De uitleg wordt vergroot weergegeven, en dat is makkelijk. Ook bij het nakijken zet ik de leerkrachtassistent in, doordat ik of de leerlingen de antwoorden op het bord hebben genoteerd.”
Wat vindt u van de toetsing?
Francheska: “Uit de toetsen blijkt dat we de stof moeten blijven herhalen. Na les 12 komt er bijvoorbeeld een toets met een woordenschatopdracht die verwijst naar een woordenschatles uit week 1. Als je deze woorden dan niet hebt herhaald, kennen de leerlingen ze tijdens de toets echt niet meer.”
Ria: “Hier moet je inderdaad wel alert op zijn. Ik raad collega’s die starten met Taal in beeld daarom aan goed te bekijken wat er in de toetsen wordt gevraagd. We werken nu veel bewuster met woordenschat dan toen we net met Taal in beeld begonnen waren. De woorden hangen in de klaslokalen en we doen er veel mee buiten de methode om, zoals een memory (zelfgemaakt spel) en coöperatieve werkvormen.”
Welk cijfer zou u Taal in beeld geven?
Beiden: “Een 8. We zijn gewoon erg tevreden!”
Francheska Bouts
Ria van Montfort
